Zurück

Preventieve maatregelen ter bestrijding van de te verwachten milieuvergunningenpiek in Vlaanderen: spreiding hernieuwing milieuvergunningen over zes jaar

 
PUBLICATION

Preventieve maatregelen ter bestrijding van de te verwachten milieuvergunningenpiek in Vlaanderen: spreiding hernieuwing milieuvergunningen over zes jaar

Chris Schijns

Het eerste decreet inzake de milieuvergunning was het Decreet van 28 juni 1985 dat in werking is getreden op 1 september 1991. Op 1 september 1991 werd een belangrijke stap gezet naar een meer geïntegreerde vergunningverlening met de inwerkingtreding van het decreet op de milieuvergunning, zoals wij dit anno 2010 nog steeds kennen.

Artikel 43 van dit decreet beperkt de vergunningstermijn tot maximaal 20 jaar. Belangrijk is ook het artikel 44. Dit artikel bepaalt dat vergunningen afgeleverd vóór de inwerkingtreding van het Milieuvergunningendecreet, 20 jaar na de inwerkingtreding op 1 september 1991 komen te vervallen. Dus uiterlijk op 1 september 2011.

Het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) verwacht dan ook dat er de komende maanden een 14.000 à 15.000 aanvragen tot hernieuwing van milieuvergunningen zullen worden ingediend voor 1 september 2011.

Om deze milieuvergunningenpiek enigszins te spreiden heeft de Vlaamse regering het decreet van 11 juni 2010 houdende de wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning goedgekeurd (hierna:wijzigingsdecreet). Dit nieuwe decreet stelt een aantal maatregelen tot aanpak van de milieuvergunningenpiek die op til staan binnen dit en een jaar.

 

Deze preventieve maatregelen kunnen opgedeeld worden in, primo, de automatische verlenging van huidige milieuvergunningen tot 2016, secundo, procedurele vernieuwingen, en tertio, de milieuvergunningendatabank.

  1. Automatische verlenging van de milieuvergunning tot 1 september 2016

Zoals reeds gesteld vervalt elke milieuvergunning die afgeleverd is vóór 1 september 1991 conform artikel 44, automatisch op de datum die in de vergunning zelf is bepaald en uiterlijk op 1 september 2011. Het betreft hier vergunningen met betrekking tot 4 vergunningsstelsels:

1. Exploitatievergunningen voor gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen, overeenkomstig het ARAB (normale looptijd: 30 jaar)

2. Lozingsvergunningen in de uitvoering van de Wet op de Oppervlaktewateren die een onbepaalde geldigheidsduur hebben.

3. Vergunningen voor de verwijdering van giftig afval, volgens de oude Wet op het Giftig Afval (30 jaar)

4. Vergunningen voor de verwijdering van afvalstoffen in uitvoering van het Afvalstoffendecreet ( 30 jaar)

Het wijzigingsdecreet verschuift de uiterste datum voor de vernieuwing van de afgeleverde vergunningen uit deze 4 vergunningsstelsels automatisch naar 1 september 2016. Alle nu nog bestaande vergunningen zoals hierboven beschreven, zullen dus ten laatste op 1 september 2016 verdwijnen uit het rechtsverkeer, behoudens hernieuwing van deze vergunning uiteraard.

  1. Procedurele vernieuwingen voor hernieuwing van vergunningen conform artikel 44 decreet op de milieuvergunningen

2.a. Verdwijnen van de 18-maanden-termijn voor hernieuwingsaanvraag vergunningen

Het decreet op de milieuvergunning bepaalt dat een hernieuwingsaanvraag ten vroegste 18 maanden voor het verstrijken van de vergunning kan worden ingediend, en dit uiterlijk ten laatste 12 maanden voor die datum. Het wijzigingsdecreet voert in dat de exploitanten van de vergunningen, niet meer hoeven te wachten tot 18 maanden voor het verstrijken van de vergunning. Zij kunnen hun hernieuwingsaanvraag reeds voor deze 18-maanden-termijn indienen. De reden hiervoor is dat de dossiers meer gespreid binnenkomen bij de administratie.

2.b. Wijzigingen in de behandelingstermijnen voor het hernieuwen van een vergunning

Het wijzigingsdecreet versoepelt ook de procedure voor de hernieuwing van deze vergunningen.

De termijn voor het ontvankelijk verklaren van het dossier wordt van 14 op 30 dagen gebracht.

De bindende termijnen voor het nemen van een beslissing in eerste aanleg zullen voortaan gelden als een termijn van orde. Indien de overheid geen beslissing neemt binnen deze termijn, wordt de hernieuwingsaanvraag niet geacht geweigerd te zijn.

De aanvrager kan een rappelbrief sturen en de overheid krijgt dan 120 dagen extra de tijd om de hernieuwing al of niet toe te staan. Pas na die 120 dagen, moet men ervan uitgaan dat de aanvraag geweigerd werd en kan de aanvrager tegen die stilzwijgende weigering in beroep gaan bij de deputatie.

Deze maatregel voorkomt dat bij ontstentenis van een beslissing in eerste aanleg, het stilzitten van de vergunningsverlenende overheid automatisch zou leiden tot een stilzwijgende weigeringsbeslissing.

Voorts wordt er vanaf nu voorzien dat wanneer de adviesverlenende overheidsorganen en/of de milieuvergunningscommissie geen advies uitbrengen binnen de voorgeschreven adviestermijnen, dit advies niet geacht wordt stilzwijgend gunstig te zijn. De vergunningsverlenende overheid zal het adviesverlenend overheidsorgaan een herinneringsbrief sturen met de vraag om alsnog een advies te verlenen. Indien het adviesverlenend overheidsorgaan hierna nog steeds geen advies uitbrengt binnen een termijn van één maand vanaf de dag die volgt op de datum van verzending van de herinnering, wordt het advies geacht gunstig te zijn.

2.c. Verdere exploitatie mogelijk tot definitieve uitspraak over de aanvraag tot hernieuwing van de vergunning

De exploitant van een inrichting die de hernieuwing van de vergunning uiterlijk 12 maanden voor het verstrijken van de vergunningstermijn heeft aangevraagd, mag de inrichting verder exploiteren tot er een definitieve beslissing is genomen over de vergunningsaanvraag, ook al zou de vergunning waarvoor de hernieuwing wordt aangevraagd, inmiddels vervallen zijn.

Indien de overheid de aanvraag niet tijdig kan afhandelen, dan wordt het bedrijf verder uitgebaat volgens de voorwaarden van de oude vergunning en met naleving van de algemene en sectorale voorwaarde van VLAREM, tot de overheid een beslissing heeft genomen.

  1. Milieuvergunningendatabank

De afdeling "Milieuvergunningen" (AMV) van het departement LNE krijgt de opdracht om een overkoepelende databank aan te leggen van alle milieuvergunningen. In deze databank moeten de gemeenten en de provincies de gegevens aanleveren over de vergunningen die door hen worden verleend. Hoe dat allemaal moet gebeuren, dient door de Vlaamse regering te worden bepaald.

  1. In werking

Het decreet van 11 juni 2010 trad in werking op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat was op 19 juli 2010.

De bepalingen die betrekking hebben op de overkoepelende milieuvergunningendatabank treden pas in werking op een datum die door de Vlaamse Regering zal worden bepaald. Dit zal pas op het ogenblik zijn dat de milieuvergunningendatabank operationeel is.