Back

Belastingheffing op buitenlandse dividenden: de fiscale administratie trekt haar interne instructie (tijdelijk) in.

 
NEWS

Belastingheffing op buitenlandse dividenden: de fiscale administratie trekt haar interne instructie (tijdelijk) in.

Sarah Magerat, Hilde Van den Keybus

Wanneer een Belgische belastingplichtige buitenlandse dividenden ontvangt, worden deze eerst onderworpen aan roerende voorheffing in het buitenland en vervolgens aan 30% Belgische roerende voorheffing. België heeft met een aantal landen dubbelbelastingverdragen gesloten die het theoretisch gezien mogelijk maken om deze dubbele belasting te beperken.

Aangifte van netto-dividenden

Indien buitenlandse dividenden, verminderd met de buitenlandse roerende voorheffing, worden ontvangen op een Belgische bankrekening, wordt de Belgische roerende voorheffing hiervan automatisch door de bank ingehouden zodat de belastingplichtige deze dividenden niet hoeft op te nemen in zijn belastingaangifte.

Indien de dividenden daarentegen worden ontvangen op een buitenlandse rekening, zonder tussenkomst van een Belgische tussenpersoon, moet de belastingplichtige deze inkomsten opnemen in zijn belastingaangifte zodat deze vervolgens worden onderworpen aan de Belgische belasting. Artikel 22 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen bepaalt dat de belastingplichtige enkel de werkelijk verkregen of geïnde inkomsten moet aangeven, na aftrek van de in het buitenland geheven belastingen. De bronheffing op buitenlandse dividenden kan aldus in zijn volledigheid worden afgetrokken.

Interne Instructie dd. 26 september 2019 zonder rechtsgrond

Niettegenstaande bovenstaande wettelijke bepaling, vernamen we eind mei dat de fiscale administratie in een ongepubliceerde interne instructie dd. 26 september 2019 (2019/1/45) een ander standpunt leek in te nemen.

De fiscale administratie was van mening dat het aan te geven bedrag niet het dividend was dat daadwerkelijk werd ontvangen na aftrek van de buitenlandse roerende voorheffing, maar het dividend dat de belastingplichtige had kunnen krijgen indien hij een deel van de buitenlandse roerende voorheffing op grond van het dubbelbelastingverdrag had teruggevorderd,  zelfs indien de belastingplichtige geen stappen had ondernomen om deze teruggaaf effectief te bekomen.

De buitenlandse belasting kon dus niet meer in zijn geheel worden afgetrokken, maar slechts in beperkte mate tot een maximaal fictief bedrag.

De meerderheid van de dubbelbelastingverdragen beperkt het tarief van de roerende voorheffing op dividenden die aan een Belgische belastingplichtige worden uitgekeerd tot 15%. In de praktijk ligt het nationale tarief van de buitenlandse bronbelasting echter over het algemeen hoger. Volgens de interne instructie zou het belastbaar inkomen in België hoger zijn dan het daadwerkelijk geïnde bedrag. Deze situatie kan alleen worden opgelost indien de belastingplichtige de nodige stappen onderneemt om de buitenlandse bronbelasting, die volgens het toepasselijke dubbelbelastingverdrag niet verschuldigd is, terug te vorderen. Aangezien deze procedure vaak langdurig en gecompliceerd is, ondernemen maar weinig belastingplichtigen deze stap, met als gevolg dat ze definitief worden belast op een hoger bedrag dan het daadwerkelijk geïnde bedrag.

Deze instructie werd fel bekritiseerd door fiscalisten die deze in strijd achtten met het Wetboek van Inkomstenbelastingen en die bovendien een discriminatie zagen in vergelijking met  belastingplichtigen die inkomsten uit roerende goederen ontvangen op een Belgische rekening.

(Tijdelijke) intrekking van de interne instructie door de circulaire van 9 juli 2020

De kritiek op de interne instructie lijkt door de fiscale administratie in overweging te zijn genomen daar zij hierop is teruggekomen in een circulaire van 9 juli 2020 (circulaire 2020/C/96).

Deze beslissing kan echter van korte duur zijn aangezien de circulaire uitdrukkelijk vermeldt dat er verduidelijkingen nodig zijn over de bepaling van de belastbare waarde van buitenlandse inkomsten uit roerende goederen en dat de administratie via een circulaire de nuttige verduidelijkingen zal meedelen over de begrippen "geïnd of verkregen bedrag" in het kader van de inkomsten uit roerende goederen en "de in het buitenland geheven belastingen op die inkomsten".

In afwachting van deze verduidelijkingen geeft de fiscale administratie echter aan dat de werkelijk ingehouden buitenlandse roerende voorheffing verder mag worden afgetrokken van de in België belastbare inkomsten uit roerende goederen. Het verschil tussen het nationale tarief van de bronbelasting en het fictief tarief waarin het dubbelbelastingverdrag voorziet, is dan alleen belastbaar indien de belastingplichtige een effectieve teruggaaf geniet.

Hopelijk zijn de voorgenomen verduidelijkingen door de fiscale administratie niet van die aard dat het eerder ingenomen standpunt van de administratie wordt teruggedraaid.

Questions about this article? Ask our specialists