Retour

De verantwoordelijkheid van de economische beroepsbeoefenaars in het licht van de huidige corona-crisis

 
NEWS

De verantwoordelijkheid van de economische beroepsbeoefenaars in het licht van de huidige corona-crisis

Sofie Souvereyns, Inge De Haes

  1. Meldingsplicht van de economische beroepsbeoefenaars t.a.v. de onderneming

 

Voor wie geldt deze verplichting?

 

Onder economische beroepsbeoefenaars wordt het volgende begrepen:

 

  1. Bedrijfsrevisoren
  2. Externe accountants
  3. Externe belastingconsulenten
  4. Externe erkende boekhouders
  5. Externe erkende boekhouders-fiscalisten 

 

Wanneer geldt de meldingsplicht?

 

Net zoals dat gold onder de voormalige WCO wetgeving (artikel 10 WCO-wet), voorziet ook het nieuwe artikel XX 23 § 3 Wet Economisch Recht (WER) dat de economische beroepsbeoefenaars verplicht zijn om de onderneming in te lichten indien zij in de uitoefening van hun opdracht gewichtige en overeenstemmende feiten vaststellen die de continuïteit van de onderneming in het gedrang kunnen brengen.

 

Hoe moet dit gebeuren?

 

Deze kennisgeving moet sedert mei 2018 schriftelijk gebeuren aan het bestuursorgaan van de  vennootschap. De bewijslast dat er aan deze meldingsplicht werd voldaan ligt bij de economische beroepsbeoefenaar zelf. Bijkomend moet deze kennisgeving omstandig en aldus concreet zijn.

 

In principe is het niet voorzien dat de economische beroepsbeoefenaar een concrete suggestie tot herstel doet, echter dient dit te worden genuanceerd. Immers voorziet het artikel XX.25§3 WER dat de Kamer van Ondernemingen in Moeilijkheden de economische beroepsbeoefenaar kan verzoeken om inlichtingen te geven omtrent de aanbevelingen die hij heeft gedaan of in voorkomend geval welke maatregelen zijn genomen. Hieruit blijkt wel degelijk dat er een actieve input van de economische beroepsbeoefenaar wordt verwacht.

 

Wat is de sanctie bij niet-naleving?

 

De huidige Corona-crisis heeft helaas voor heel wat ondernemingen een belangrijke economische impact die hun continuïteit mogelijk in het gedrang kunnen brengen. Het gegeven dat dit te wijten is aan een pandemie die een weerslag heeft op meerdere ondernemingen, staat deze verplichting niet in de weg. De onderneming, noch de economische beroepsbeoefenaar kan zich zonder meer achter deze pandemie verschuilen en er bijvoorbeeld vanuit gaan dat de aanvraag van steunmaatregelen volstaat.

 

De insolventiewetgeving voorziet misschien wel geen uitdrukkelijke sanctie voor de niet-naleving van deze bepaling, doch een bijzondere waakzaamheid is noodzakelijk.

 

Immers leidt deze verplichting ertoe dat er een gedeelde verantwoordelijkheid wordt voorzien tussen de bestuurder van de onderneming enerzijds en de economische beroepsbeoefenaar belast met de opvolging van haar dossier, anderzijds.

 

De bestuurder is verantwoordelijk voor het beheer van zijn onderneming en heeft de plicht om tijdig en diligent te handelen indien de onderneming in een precaire financiële situatie verkeert. Indien hij niet tijdig de nodige maatregelen onderneemt, kan hij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor welbepaalde schulden van de onderneming (zie onder meer faillissementsaansprakelijkheid voor wrongful trading, laattijdige aangifte van faillissement, persoonlijke aansprakelijkheid voor bedrijfsvoorheffing…).

 

Door de invoeging van deze meldingsplicht, draagt ook de economische beroepsbeoefenaar in dat kader een verantwoordelijkheid. Zo kan deze beroepsbeoefenaar een (beroeps)fout worden verweten indien hij de meldingsplicht niet of niet goed is nagekomen.

 

Wat zou hier nu het gevolg van kunnen zijn?

Stel dat een onderneming nalaat om maatregelen te nemen om aan de financiële problematiek tegemoet te komen, bv. zij komt in aanmerking voor steunmaatregelen maar laat na het nodige te doen waardoor zij niet in staat is om aan haar vaste kosten tegemoet te komen. De schulden lopen op en het faillissement dreigt. Indien vervolgens ook de economische beroepsbeoefenaar heeft nagelaten om haar omstandig en schriftelijk op deze problematiek te wijzen en uiteindelijk een faillissement volgt, kan er worden geoordeeld dat deze fout (tekortkoming aan artikel XX.23§3 WER) mee in oorzakelijk verband staat tot de geleden schade. De geleden schade kan in theorie het ontstaan van nieuwe schulden zijn of mogelijk zelfs het faillissement dat had kunnen worden vermeden.  

 

Voor de volledigheid dient ook gewezen te worden op de verplichting tot naleving van de alarmbelprocedure. Hier zal ineen latere nieuwsbrief alsook het webinar van 10.12.2020 dieper op in worden gegaan.

 

 

  1. Meldingsmogelijkheid van de economische beroepsbeoefenaars t.a.v. de ondernemingsrechtbank

 

Voor wie geldt deze mogelijkheid?

 

De economische beroepsbeoefenaars zoals hoger opgelijst.

 

Wanneer?

Indien de onderneming vervolgens niet binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangen kennisgeving de nodige maatregelen heeft getroffen om de continuïteit van de economische activiteit voor een minimumduur van twaalf maanden te waarborgen, kan de economische beroepsbeoefenaar de bevoegde ondernemingsrechtbank hierover inlichten.

 

In dat geval is artikel 458 van het Strafwetboek - dat het beroepsgeheim beschermd - niet van toepassing.

 

Deze melding aan de ondernemingsrechtbank is facultatief. Niet gebruik maken van deze meldingsmogelijkheid, heeft bijgevolg geen gevolgen voor de economische cijferberoeper. Het Wetsontwerp benadrukt bijkomend dat “bij falen van de ondernemingsleiders ondanks de waarschuwing van de beroepsbeoefenaar, deze laatste de rechtbank kan waarschuwen. Er is echter geen formele plicht de onderneming te “verklikken”, want dat zou de beroepsbeoefenaar voor een onmogelijke verplichting stellen. Het zou niet in verhouding staan met de aard van hun beroepsactiviteit om voormelde vaklui te verplichten de rechtbank steeds in te lichten over de toestand van de onderneming.”

 

 

Aldus blijft het voor u als cijferberoeper belangrijk om, zeker zolang de corona-crisis voortduurt, oog te hebben voor de situatie waarin uw klanten zich bevinden. Uw klanten zullen het bovendien op prijs stellen indien u tijdig het bestuursorgaan van de vennootschap inlicht van uw bevindingen. En zoals gezegd, dit is niet enkel in het belang van uw klanten, maar zeker ook voor de eigen aansprakelijkheid.  

 

Voor meer informatie over het nieuwe insolventierecht, contacteer Sofie Souvereyns of Inge De Haes.

 

Deze nieuwsbrief zal verder worden toegelicht in het webinar van 10 december 2020, waarbij we ook een aantal concrete voorbeelden van een meldingsplicht zullen aanreiken. Schrijf je hier in

 

 

Des questions au sujet de cet article? Posez-les à nos spécialistes