Back

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen - Boek 3. De jaarrekening

 
NEWS

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen - Boek 3. De jaarrekening

Maxime Monard, Octave Stollenwerck

Boek 3 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (het “WVV”) omvat het Belgisch jaarrekeningenrecht. Het nieuwe recht is op dit punt niet revolutionair: het WVV herneemt grotendeels de bestaande regels. Toch zijn er een aantal wijzigingen met praktische relevantie. We zetten hieronder graag vijf wijzigingen voor u op een rij.

  1. Verkeerde jaarrekening = risico op bestuurdersaansprakelijkheid

Het is voor een vennootschap of vereniging en haar bestuurders van essentieel belang dat de jaarrekening correct is. Indien dat niet het geval is, riskeren de bestuurders persoonlijke aansprakelijkheid. Doordat het jaarrekeningenrecht geïntegreerd is in het WVV, betekent dit zelfs dat de alle bestuurders in beginsel hoofdelijk aansprakelijk zijn, wat betekent dat elk van de bestuurders voor het gehele bedrag van de schade kan worden aangesproken. Dat is onder het nieuwe recht zelfs het geval indien alle bestuurders naast elkaar individuele bestuursbevoegdheid hebben en niet als college moeten beslissen. Als bestuurder heeft u er dan ook alle belang bij dat u zich bij het opstellen van de jaarrekening laat bijstaan door een echte professional.

  1. Meer ruimte voor een correctie van de jaarrekening

Wat indien een reeds goedgekeurde jaarrekening een fout bevat? Is deze definitief? Blijft deze jaarrekening mét de fout dan online beschikbaar via de balanscentrale? Vandaag bestaat hierover geen eensgezindheid. De Commissie Boekhoudkundige Normen (CBN) publiceerde hierover reeds een helder advies (CBN 2014/4). De kwestie bleef in de praktijk echter het onderwerp van debat.

Het nieuwe recht verankert de richtlijnen van de CBN nu ook in de wet: de jaarrekening kan worden gecorrigeerd in geval van (i) materiële fouten (lees: schrijffouten en rekenfouten), valse of dubbel geboekte posten en (ii) in geval van dwaling in rechte of in feite (lees: vergissingen of verkeerde toepassingen van de wet), met inbegrip van een dwaling in de waardering van een post of een inbreuk op het boekhoudrecht, waardoor de jaarrekening geen getrouw beeld geeft van het vermogen, de financiële toestand of het resultaat van de vennootschap, is een correctie van de jaarrekening zelfs verplicht. Die laatste categorie van “dwaling in rechte of in feite” is nieuw en omvat een bepaald beoordelingselement. Dit veronderstelt dan ook dat er een boekhoudkundige keuze werd gemaakt die achteraf ongelukkig/inopportuun blijkt te zijn, bv. een bepaalde toepassing van waarderingsregels. Dit betekent echter niet dat elke bestuursbeslissing die in de jaarrekening is weergegeven en naderhand inopportuun wordt geacht, opnieuw ter discussie kan worden gesteld. Dat kan immers enkel, en is zelfs verplicht, indien de oorspronkelijke boeking een inbreuk op het boekhoudrecht inhoudt.

De correctie van de jaarrekening gebeurt op initiatief van het bestuur, waarna de algemene vergadering, die de oorspronkelijke jaarrekening goedkeurde, hierin moet toestemmen. Deze toestemming is echter niet nodig indien het gaat om de rechtzetting van louter schrijf- of rekenfouten.

  1. De inhoud van het jaarverslag in één artikel

Artikel 3:6 WVV lijst op welke informatie het jaarverslag dient te bevatten. Al deze informatie is nu exhaustief, weliswaar soms aan de hand van kruisverwijzingen naar andere artikels, in één artikel opgenomen. Dit bevordert een correcte redactie van het jaarverslag.

  1. Grote verenigingen moeten nu ook een jaarverslag opstellen

Het nieuwe jaarrekeningenrecht brengt in beginsel geen wijzigingen aan aan de boekhoudkundige verplichtingen van verenigingen en stichtingen. Er werden geen drempelwijzigingen ingevoerd, anders dan door indexatie. De verenigingen en stichtingen vallen niet onder het toepassingsgebied van de Europese harmonisering in het boekhoudrecht, wat de verschillen in drempels verklaart met de vennootschappen.

Als een uitzondering op deze keuze voor het status quo wordt, met het oog op de professionalisering van de sector, een jaarverslag opgelegd aan de zeer grote verenigingen.

  1. Minder strafsancties voor bedrijfsrevisoren

De strafsancties voor bedrijfsrevisoren die commissaris zijn worden aanzienlijk verminderd. Personen die de commissaris verhinderen om zijn taak uit te voeren blijven echter wel onderworpen aan strafsancties.

Questions about this article? Ask our specialists