Terug

Nieuwe wetgeving drones: overzicht van nieuwe regels & verhouding tot het recht op privacy

 
NEWS

Nieuwe wetgeving drones: overzicht van nieuwe regels & verhouding tot het recht op privacy

Kristof Zadora, Thomas Christiaens, Dylan Verhulst

Drones kennen zeer veel toepassingen voor zowel particulieren als professionele gebruikers. We denken hierbij aan pleziervluchten en het filmen van trouwfeesten en verjaardagen, maar ook het inspecteren van bedrijfsgebouwen en terreinen, voor film- en televisiedoeleinden of het vervoer van medicijnen. Ook de politie maakt gebruik van drones, bijvoorbeeld voor de ordehandhaving bij grote evenementen of samenkomsten van grote menigten (crowd control), of als verkenningsmateriaal.

 

De toepassingen van drones zijn in België onderworpen aan een wettelijk kader dat dient om de veiligheid van de drones en het recht op privacy en gegevensbescherming te vrijwaren. Sinds 31 december 2020 zijn de Belgische regels voor recreatief en professioneel gebruik van drones grondig gewijzigd. In deze bijdrage staan we stil bij de nieuwe regels en het recht op privacy en gegevensbescherming bij het gebruik van drones.

 

1.Wetgevend kader

 

Sinds 31 december 2020 zijn er nieuwe regels van toepassing op het gebruik van drones in België, die werden geïntroduceerd bij de Europese verordening 2019/947 en het Koninklijk besluit tot omzetting van deze verordening in de Belgische rechtsorde. De nieuwe Europese regels hebben als doel om het gebruik van drones over de EU-lidstaten uniform te regelen. De wetgeving definieert een drone (Unmanned Aircraft System of UAS) als “een onbemand luchtvaartuig en de apparatuur om het vanop afstand te besturen”. Drone-operaties worden verdeeld in drie categorieën: ″open″, ″specifiek″ en ″gecertificeerd″, op basis van het geïdentificeerd risiconiveau van de opdracht. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen het gebruik van drones voor recreatieve of professionele doeleinden.

 

Onder de categorie “open” vallen in principe de drones van minder dan 25 kilogram. Deze vertonen de laagste risico’s en zijn niet onderworpen aan de standaardprocedures inzake naleving van de luchtvaartregelgeving (bv. certificering en voorafgaande toestemming door een bevoegde autoriteit). Onder deze categorie vallen zowel hobby-vluchten als het eerder licht professioneel gebruik, zoals fotografie-opdrachten met een laag veiligheidsrisico. De open categorie is verdeeld in subcategorieën per gewichtsklasse, met verschillende minimumleeftijden (beginnende bij 14 jaar) en niveau van opleiding voor de piloten.  Daarnaast moeten piloten de drones binnen oogbereik (“visual line of sight” of VLOS) houden en minstens over een familiale verzekering beschikken die lichamelijke letsels en de schade die door de drone veroorzaakt wordt, dekt. Drones uit de “open” categorie moeten op een veilige afstand van mensen worden gehouden en mogen niet boven bijeenkomsten of hulpdiensten vliegen.

 

De categorie "specifiek" heeft betrekking op dronevluchten die een groter risico inhouden, zoals het vliegen buiten VLOS, of het vervoer van goederen. Voor dergelijke vluchten moet dan ook een grondige risicobeoordeling worden uitgevoerd om aan te geven welke maatregelen nodig zijn om de vluchtuitvoering veilig te houden. Er is een exploitatievergunning vereist vanwege de bevoegde autoriteit en er moet goedkeuring worden gegeven per vlucht of groep van vluchten, met een precieze lijst van de risicobeperkende maatregelen. Voorbeelden van die maatregelen zijn het organiseren van gepaste opleidingen voor de piloten en de implementatie van standaardscenario’s. Piloten van drones binnen de categorie “specifiek” moeten minstens 16 jaar oud zijn.

 

De categorie “gecerticifeerd” is voorbehouden voor dronevluchten met een zeer hoog risico. Het gaat meer bepaald om vluchten boven bijeenkomsten van mensen, vluchten die het vervoer van mensen inhouden en vluchten waarbij gevaarlijke goederen vervoerd worden die een groot risico vormen voor derden bij ongevallen. Ook wanneer de bevoegde overheid van mening is dat het risico van een vlucht niet voldoende kan beperkt worden zonder certificering van de piloot en de drone, valt de drone binnen de categorie “gecertificeerd”. Er is voor deze categorie steeds toestemming vereist per vlucht, de drones moeten gecertificeerd zijn en ook de piloten moeten over de nodige certificatie beschikken.

 

Het nieuwe KB Drones is niet van toepassing op het gebruik van drones door de politie. Wel is de algemene luchtvaartregelgeving van toepassing, alsook de Ministeriële omzendbrief van 25 juni 2019 tot regeling van het gebruik van drones door politie- en hulpdiensten. Die omzendbrief bepaalt onder meer de voorrangsregels en technische aspecten van het dronegebruik door de politie, alsook de verplichtingen en de verantwoordelijkheden van de piloot. Belangrijke verplichtingen voor de piloot bestaan in het verzekeren van de veiligheid, het naleven van de vooraf opgestelde instructies uit het operationeel handboek alsook en in het bijzonder het respecteren van de toepasselijke privacyregelgeving. Wij gaan ervan uit dat er in navolging van het nieuwe KB Drones ook een aangepaste omzendbrief voor het gebruik van drones door politiediensten zal volgen. 

 

2.Aandachtspunten bij het gebruik van drones voor recreatieve en professionele doeleinden

 

Een belangrijk aspect bij het rechtmatig inzetten van drones is het respecteren van de toepasselijke privacy- en gegevensbeschermingsregelgeving. Deze vereiste bestond ook al onder de oude droneregelgeving. De vereiste is van toepassing op elke categorie van drones.

 

Drones zijn veelal uitgerust met camera’s die beelden kunnen maken van de omgeving, met inbegrip van personen. Hierop zijn het recht op privacy en de regels inzake gegevensbescherming van toepassing. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), beter bekend als de GDPR, is toonaangevend wat betreft de bescherming van persoonsgegevens binnen de Europese Unie.

 

Voor het maken van beelden door de camera’s die op drones gemonteerd zijn, moeten we een onderscheid maken tussen het gebruik van drones op het openbaar domein en private terreinen. Net zoals bij fotografie op openbare plaatsen, wordt bij het maken van beelden door op drones bevestigde camera’s ervan uitgegaan dat personen die zich op het openbaar domein begeven impliciet hun toestemming geven om beelden en foto’s van zichzelf te laten maken. Het zou immers onwerkbaar zijn om elke persoon in grote mensenmassa’s te vragen om toestemming te geven voor het maken van beelden of foto’s.

 

Wat betreft het maken van beelden op besloten of private terreinen, moeten de eigenaars en piloten van drones rekening houden met het recht op privacy. Naast het recht op privacy, moeten piloten en eigenaars ook rekening houden met de gegevensbeschermingsregels uit de AVG. In principe moeten personen waarvan beelden worden gemaakt door bv. op drones gemonteerde camera’s, hun toestemming geven voor het maken van de beelden (en foto’s). Een uitzondering bestaat voor de beelden die gemaakt worden binnen de huissfeer, waarop het regels inzake gegevensbescherming niet van toepassing zijn. Wel kan het recht van privacy spelen indien de betrokken persoon niet wenste dat er beelden of foto’s van hem of haar werden genomen. De vereiste van toestemming geldt ook wanneer drones over tuinen of andere private plaatsen vliegen en beelden maken, zelfs wanneer het niet de bedoeling is om beelden van derden vast te leggen.

 

3.Politioneel dronegebruik en het recht op privacy

 

Het dronegebruik door de politie wordt beheerst door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat het recht op privacy waarborgt. Dit recht op privacy ligt ook vervat in artikel 22 van de Belgische Grondwet, waaraan rechters ook Belgische regelgeving kunnen toetsen, zoals de Ministeriële omzendbrief en de Wet op het Politieambt. Die wet regelt het gebruik van camera’s door de politie en is bijgevolg van toepassing op de camera’s die op de drones gemonteerd zijn.

 

Het gebruik van drones met camera’s die beelden maken op privéterreinen, vormt een inmenging in het recht op privacy in de zin van artikel 8 van het EVRM. Zulke inmenging kan slechts worden gerechtvaardigd indien ze:

  1. gegrond is op een wettelijke grondslag;
  2. uitgevoerd wordt door het openbaar gezag (waaronder de politie);
  3. noodzakelijk is voor de verwezenlijking van het beoogde doel;
  4. proportioneel is;
  5. het beoogde doel niet kan bereikt worden met minder ingrijpende maatregelen (subsidiariteit).

 

Het dronegebruik door de politie is gebaseerd op een wettelijke grondslag, namelijk de Ministeriële omzendbrief. De noodzakelijkheid van het dronegebruik voor de verwezenlijking van het beoogde doel, is minder eenduidig. Artikel 8, §2 van het EVRM somt limitatief de aanvaarde doelstellingen op: de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Één van deze doelen moet nagestreefd worden met het gebruik van drones door de politie. Ook de vraag naar de proportionaliteit en subsidiariteit van het dronegebruik is niet zo eenvoudig.

 

Opnieuw belangrijk is het onderscheid tussen het gebruik van drones door de politie op het openbaar domein tegenover private terreinen. Waar op het openbaar domein drones in de meeste gevallen wel in overeenstemming zijn met het recht op privacy, is dat op een privaat terrein minder vanzelfsprekend, zelfs indien de politie de drones gebruikt. Men zou immers kunnen stellen dat dronegebruik op private terreinen door de politie niet strikt noodzakelijk is om één van de beoogde doelstellingen te verzekeren. Ook lijkt het moeilijk te verantwoorden dat het gebruik van drones door de politie op privéterreinen proportioneel zou zijn met het recht op privacy, het recht op eigendom en de onschendbaarheid van de woning. Tenslotte lijken er ook minder ingrijpende maatregelen voorhanden, zoals patrouilles en desnoods huiszoekingen.

 

Samengevat kunnen we stellen dat het politioneel dronegebruik, voor zover het zich kan uitstrekken naar privéterreinen, moeilijk te rijmen valt met het recht op privacy uit artikel 8 van het EVRM. Indien de politie niet kan garanderen dat het gebruik beperkt blijft tot openbare domeinen, wat technisch gezien moeilijk is, zou de politie een minder verregaande maatregel moeten treffen om het beoogde doel te verwezenlijken.

 

Monard Law helpt u graag verder met uw juridische vragen over dronesof andere vragen of problemen betreffende privacy of de GDPR.

 

Deze bijdrage werd geschreven door Dylan Verhulst, Kristof Zadora en Thomas Christiaens                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

Maak kennis met het team van experts uit dit artikel