Back

De bouwsector niet langer een buitenbeentje : opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden worden gelijkgeschakeld en het willekeurig ontslag verdwijnt

 
PUBLICATION

De bouwsector niet langer een buitenbeentje : opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden worden gelijkgeschakeld en het willekeurig ontslag verdwijnt

Pieter-Jan Desmit

In 2014 trad de Wet ter invoering van het eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden in werking alsook CAO nr. 109, NAR inzake het kennelijk onredelijk ontslag. Beide regelgevende instrumenten voorzagen in afwijkingen voor bepaalde sectoren. Deze afwijkingen houden op te bestaan vanaf 1 januari 2018. Hierdoor wordt het toepassingsgebied van de algemene principes verruimd. In onder meer de bouwsector zijn de veranderingen groot: de opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden worden gelijkgeschakeld en het willekeurig ontslag verdwijnt.

1. Iedereen gelijk voor wat de opzeggingstermijnen betreft

De Wet Eenheidsstatuut voorziet in een harmonisering van de opzeggingstermijnen voor alle werknemers, ongeacht hun statuut. Sinds 1 januari 2014 wordt er met andere woorden geen onderscheid meer gemaakt tussen bedienden, arbeiders en dienstboden voor wat betreft de berekening van de opzeggingstermijnen. De doorgevoerde harmonisering was echter niet absoluut. Voor bepaalde sectoren werden tijdelijke of zelfs permanente afwijkingen voorzien met lagere opzeggingstermijnen.

De tijdelijke uitzondering gold tot voor kort voor de bouwsector (PC 124), de sector voor stoffering en houtbewerking (PC 126), de haven van Antwerpen (PC 301.01) en de diamantnijverheid en –handel (PC 324). De afwijkende lagere opzeggingstermijnen werden voorzien voor opzeggingen die werden gegeven tussen 1 januari 2014 en 31 december 2017.

De bijkomende permanente uitzondering op de harmonisering van de opzeggingstermijnen was voorzien voor werknemers die geen vaste plaats van tewerkstelling hebben of tewerk worden gesteld op tijdelijke en mobiele werkplaatsen én die gewoonlijk bouwwerken uitvoeren. Dit uitzonderingsregime werd evenwel ongrondwettelijk verklaard door het Grondwettelijk Hof in een arrest van 17 september 2015. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat de gevolgen van de permanente uitzondering konden worden gehandhaafd tot en met 31 december van dit jaar.

Vanaf 1 januari 2018 zal dus de algemene regeling inzake de berekening van de opzeggingstermijnen uit de Arbeidsovereenkomstenwet van toepassing zijn op alle sectoren. Voor de werknemers die reeds in dienst waren vóór 1 januari 2014 dient het kliksysteem te worden toegepast waarbij rekening wordt gehouden met de tewerkstelling vóór en na 1 januari 2014. Voor de werknemers die in 2014 in dienst zijn getreden gelden enkel de nieuwe opzeggingstermijnen.

Let op, van de algemene opzeggingstermijnen kan nog altijd worden afgeweken in het kader van wedertewerkstellingsprogramma’s, pensioen, tijdelijke werkloosheid en werkloosheid met bedrijfstoeslag. 

2. Het willekeurig ontslag is niet meer

De tijdelijke en permanente uitzonderingsregimes inzake opzeggingsperiodes hadden ook hun uitwerking op het toepassingsgebied van CAO nr. 109, NAR. Deze CAO, die in werking trad op 1 april 2014, voorziet in eenzelfde bescherming voor arbeiders en bedienden met betrekking tot de motivering van het ontslag enerzijds en kennelijk onredelijk ontslag anderzijds.

CAO nr. 109, NAR is van toepassing op alle werknemers en werkgevers die onder de toepassing van de CAO-Wet vallen, met uitsluiting van de werknemers waarvoor afwijkende opzeggingstermijnen waren voorzien. Voor de werknemers die onder het tijdelijke uitzonderingsregime vallen was CAO nr. 109, NAR slechts van toepassing vanaf 1 januari 2016. De werknemers die onder de permanente afwijking op de opzeggingstermijnen vielen, zouden volledig buiten het toepassingsgebied van CAO nr. 109, NAR blijven. Voor hen bleef de figuur van het willekeurig ontslag bestaan. Echter, aangezien de permanente afwijking geen uitwerking meer heeft vanaf 1 januari 2018, zal CAO nr. 109, NAR vanaf dat ogenblik ook op hen van toepassing zijn. Het willekeurig ontslag zal bijgevolg vanaf het nieuwe jaar niet meer bestaan.

3. Conclusie: de bouwsector is niet langer het buitenbeentje

Aangezien zowel de tijdelijke als de permanente uitzonderingsregimes met betrekking tot de opzeggingstermijnen ophouden te bestaan met ingang van 1 januari 2018 zal de bouwsector samen met een handvol andere sectoren de algemene regels volgen van de Arbeidsovereenkomstenwet. Deze veralgemening heeft ook gevolgen voor het toepassingsgebied van CAO nr. 109, NAR. Vanaf nu zullen ook de bepalingen inzake de motivering van het ontslag en de bescherming tegen kennelijk onredelijk ontslag op deze sectoren van toepassing zijn.

Indien u vragen heeft omtrent de gevolgen van de wijzigingen voor u of uw onderneming dan helpen de specialisten van Monard Law u graag verder.